Persberichten

De Preter mag dan in zekere zin niet echt een onderschat dichter zijn, maar te weinig bekendheid geniet hij alleszins. Al in 1962 verscheen zijn bundel Stilte rapen, bij de Bladen voor de Poëzie in Lier. Geregeld volgde een bundel met als belangrijkste titels: Bitterzoet (1983), Fabuleuze Gedichten (1988) en Nachtegaalrecht. Gedichten 1980-1992 (1992).
Voor die laatste kreeg hij de A. Merghelynckprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
De Preter trekt zich terug, en schrijft bovendien op zijn eigen manier, in een volstrekt eigen stijl, overde natuur versus de stad, de verloedering en wat verloren is gegaan, bij betrekt muziek en componisten in zijn poëzie die voor sommigen minder bekend zijn. Maar al die ingrediënten maken het juist boeiend, zijn gedichten openen deuren op een wereld waarin deze dichter zich thuis voelt. Geen sentimenteel gedoe, helemaal niet, wel degelijk onderschraagde poëzie vol klank en kleur. Door het feit dat hij in een koor zingt, heeft hij grote bewondering voor het Gregoriaans. De louter materiële wereld is voor hem niet voldoende en daarom vindt hij de mystieke ervaringen van sommige grote figuren uit de wereldgeschiedenis (dat zijn heiligen, maar hij noemt hen verfindee kunstenaars) intrigerend.
Een mystiek, of religieus dichter dus? Nee, gewoonweg een schrijver die ver af staat van alle commerciële gewoel en een unieke sfeer weet op te roepen.
Guy van Hoof

Persstemmen o.m. over de bundels Bitterzoet (1983) en Nachtegaalrecht (1993):

“Sedert zijn debuut is de natuur een constante in zijn poëzie: als bondgenoot van de mens, maar tevens als opposant, als achtergrond en begeleider van gevoelens, als beeldend element en muzikaal motief. Consequent heeft hij getracht die verschillende elementen tot een geheel te versmelten.”
(Dichter bij een hoorbaar landschap”- De poëzie van Francis De Preter)
Guy van Hoof in NVT-Gierik

“Het blijft mij verbazen dat hij niet meer, niet vaker in de spots van de publieke belangstelling staat. Er verschijnt al meer dan genoeg lariekoek om De Preters gedichten nog langer over het hoofd te zien.”
Dries janssen in Kruispunt

“In het ritme dat nooit uitdeint, valt me de wil tot kort inbinden op, tot strenge beheersing. Het is de beheersing van de pijn en de ontgoocheling die geen dupe wil zijn. Dit heeft ook een contrast als gevolg in de behandeling van de ruimte. Als geheel is Bitterzoet dan ook homogeen en het is niet moeilijk er een goed gedicht uit te citeren, wel moeilijker om te kiezen.”
Poëziekrant

“Wat een verademing als je die frisse poëzie van De Preter leest. Plots voel je weer wat poëtische kracht is, sterkte van zegging, beeldend vermogen.
Fa Claes over Fabuleuze Gedichten in Kruispunt

“In Vlaanderen zijn er een stel toch wel knappe poëten die hun mooie poëzie op enkele honderden exemplaren laten drukken, terwijl men hen tienduizenden aandachtige lezers zou gunnen zoals Francis De Preter met Bitterzoet (…)
Jan Veulemans in Gazet van Antwerpen

“Bitterzoet is gewoon een prachtige bundel, waarin taal het delicaat gedoseerde bindmiddel tussen denken en voelen is. Als metalen van eenzelfde allooi vallen de woorden en diep in het gemoed van de lezer weergalmt van hun dubbel zijn de eenklank. Een pregnante benadering van de dualistische kern die ons allen beweegt.”
Hedwig Verlinde in Kreatief

“In Vlaanderen staat meer boeiends in de marge dan in het zetwerk. Onbekend, onbemind. Wie in het Noorden heeft er ooit iets van iemand als De Preter gelezen?”
Wim Zaal in Maatstaf