toen reeds ademde ik,
ergens in het diepe lommer
van een zoete binnenzee,
ergens in de schaduw
van een woudgezicht,
het volle leven.
Ik kende slechts
het windgeklap, het loofgeflap,
de echo's van de stilte,
spiegels van vermenigvuldiging
in spiegels van geluk.
Dat was heel lang geleden.
Toen werd het donker
in het blij-blauw water
en de winden vielen stil.
De spiegel brak van spijt,
ik tastte in de moederschoot
en werd geboren.