VERLANGEN
Naar het land waar zuivere winden
stilte zuigen, zand verzamelen
en verstuiven.
Naar oude kamers, waar tijdeloze klokken
de stilte verzilveren.
Waar boerenkasten trots hun inborst tonen,
de rijke inhoud van hun dieper denken.
Land waar zware tafels spreken
van gewijde eiken, van gebeitelde goden
en heiligen.
Waar de paden dolen en de wegen dwalen
naar 't verleden.
Waar de tijd in rieten zetels zit,
op rieten daken ritselend, of rustend
onder de linden ligt,
zijn warme, geurige zomergraf.