Personalia

Francis De Preter
(° Deurne 1932) Geelhandlaan 26/2, 2220 Heist-op-den-Berg

Dichter, vertaler, medewerker aan verschillende literaire tijdschriften in Vlaanderen en Nederland.

Verschenen bundels: Verzen en Seizoenen (1961), “De Bladen voor de Poëzie,” Lier), Stilte rapen (1962, ib.), Latemse Gedichten (1963, privé-uitgave), Brandhout voor een zomer (1966, “Die Poorte, Antwerpen), Natuurgetrouw geschilderd en geschreven (De Bladen voor de Poëzie, Orion, Brugge 1974), Ergens, Nergens (Standaard Uitgeverij, Antwerpen 1974), Bitterzoet (Uitgeverij Deus ex Machina, Schoten 1983), Fabuleuze gedichte, (De Koofschep, Hilversum 1988), Nachtegaalrecht (Deus ex Machina, Schote, 1992), In de schaduw van Mei (De Distel, Ganshoren 2002).

Publiceerde gedichten, bijdragen en recensies in tijdschriften als Sinteze, Hoos, De Tafelronde, De Vlaamse Gids, Dietsche Warende en Belfort, Deus ex Machina, Muzisch Meerdaal, Portulaan, NVT-Gierik, Schoonschip, De Houten Gong, Opspraak, Dighter, Stroom.