ORGEL

Oordeelsbazuinen uit de tijd dat wij, angstprooien, God onderdak gaven in smekende beuken van goud en zilver. Er was ook licht in de duisternis, klinklicht, trompetten van triomf, ons ongelovig oor bedwelmend. Er was hoop, een paradijs. Kerk, opslag van weggeslikte tranen, doofpot van de dood, troost in brandende rozetten, wij luisterden geboeid en toch ontbonden.